Website van de Evangelisch Lutherse Gemeente Stadskanaal

De hervormingsdienst 31-10-2003

zegel zwaan
  laatste update 27 november............ Home  
 
  • Inleiding
  • de preek
  •  
      Inleiding  
     

    In de hervormingsdienst op 31 oktober staat natuurlijk centraal de "kerkhervorming" zoals wij die gedenken, doordat Marten Luther de 95 stellingen aan de deur van de slotkapel te Wittenberg sloeg (in 1517).
    Op deze website is hierover meer informatie te vinden.

    In de dienst die wij op hervormingsdag houden, staat natuurlijk Luther centraal, of een Luthers thema maar ook proberen wij dan wat extra luister bij te zetten. Dit jaar met muzikale begeleiding van orgel, chello en twee dwarsfluiten.
    In deze dienst was de voorganger ds. A.Nierop, emeritus luthers predikant.

    De preek heeft als basis de tekst uit Romeinen 3:21-28.

    naar:  boven  of naar:   Home
     
      de preek  
     

    Gemeente,
    Vanavond, op 31 oktober 2003, staan wij stil bij een gebeurtenis van bijna vijf eeuwen geleden. Dat is een hele tijd en bovendien een periode, waarin heel wat is gaan schuiven en veel is veranderd. Op kerkelijk gebied hebben oude tegenstellingen hun scherpe kanten verloren, als ze niet al zijn opgelost. Rooms-katholieken en protestanten, zeker lutheranen, praten nu met elkaar en kunnen het eens worden over een belangrijk onderwerp als de rechtvaardiging van de zondige mens. Maatschappelijk is onze samenleving er een geworden van verschillende rassen, geloven en culturen door elkaar.
    In deze dienst zingen wij allicht Luthers "Een vaste burcht". Maar wie weet nog, dat hij dat schreef om Europeanen moed in te spreken tegen de troepen van de Turkse sultan. De moslims stonden al voor Wenen. Nu heeft de islam hier inmiddels vaste grond onder de voeten gekregen.

    Techniek en wetenschap hebben zo'n voortgang geboekt, dat het wel lijkt, of de Middeleeuwen veel verder achter ons liggen dan die paar eeuwen. En of de mensen van toen in een volkomen andere wereld leefden dan wij nu.
    Ben je nu als modern mens bevoorrecht boven die van toen? Ik denk het wel. Toch denk ik ook, dat er achterstand is.

    Kijk, je kunt je verbazen over de monnik Maarten Luther, die zich bijna verliest in de vraag "Hoe krijg ik een genadig God?" Je kunt denken: "Dat ligt mijlenver van ons af". Maar dat wij zo vlot omgaan met de ernst van God, die Luther paniek bezorgde, is niet in alle opzichten een voordeel. Hij zát ermee: God oordeelt rechtvaardig, was hem geleerd. Maar daar wrong voor hem nu juist de schoen. Want als ik krijg, wat ik verdien, dacht hij, zijn mijn kansen nihil. Het besef, dat hij een zondig mens was, die aan Gods eisen op geen stukken na toekwam, dat besef maakte, dat Luther God en Gods gerechtigheid beleefde als dé bedreiging bij uitstek voor hem. Wij weten, dat hij het klooster invluchtte om van zijn angst bevrijd te worden. Had de middeleeuwse kerk niet geleerd, dat de kloosterling de eeuwige zaligheid eenvoudig niet kón mislopen. Zijn kloostergelofte stond daarvoor garant.
    Maar wij weten ook, dat die bevrijding er niet kwam en die stellige zekerheid bij Luther geen wortel schoot.

    Ze zeggen, dat wat Luther later zal leren over de rechtvaardiging van de zondaar, hart en kernstuk van het Evangelie is. Maar alweer een tijd gelden las ik, dat die rechtvaardiging geen thema meer zou zijn en de mensen van onze tijd koud laat. Men zei, er zijn belangrijker zaken aan de orde. Denk aan de verloedering van het milieu. Denk aan de achteruit hollende leefbaarheid op aarde. Heel de derde-wereld-problematiek, de honger, de armoede, de veiligheid, de oorlogen her en der. Dát houdt ons bezig. Dan maar een herdenking van de kerkhervorming zonder een woord over de rechtvaardiging? Maar al die hedendaagse hete hangijzers, die hébben toch iets te maken met de akkoorden, die vijf eeuwen geleden werden aangeslagen! Het gaat immers ook nu nog over onze relatie met God. Moet je daarover zwijgen, omdat de grote massa van vandaag het heeft verleerd om zichzelf en hun leven te zien in verband met God?

    Daarom: de brief van Paulus aan de gemeente van Rome. Keerpunt van Luthers denken, van zijn geloof, van zijn leven. Wat zal die tobbende monnik zich thuis hebben gevoeld in de hoofdstukken, die aan onze tekst vooraf gaan. Wat Paulus daar schrijft over een mens, moet Luther uit hat hart gegrepen zijn. Joden en niet-joden, er is geen verschil. Met en zonder de wet van Mozes, zijn wij allemaal mensen, die naar alles luisteren behalve naar God en in hun ideeën een belangrijker kompas denken te hebben dan in het goddelijke richtsnoer.

    Luther moet daarin zichzelf hebben herkend, tot in zijn meest devote momenten toe: een mens die onder de maat blijft, zijn bestemming misloopt en daardoor verstoken blijft van elk levensgeluk. De theologie die vanuit de Middeleeuwen Luther was aangereikt, heeft geprobeerd het harde oordeel van Paulus wat te verzachten. Een mens zou in de grond van de zaak goed zijn, hoewel hooguit in de praktijk een beetje kwakkelend. Maar Luthers onrust kwam daarmee niet tot bedaren. Hij had de mensen leren kennen als veel ernstiger ontspoord, in hun ambitie, het leven voor zichzelf te veroveren en op eigen kracht te koersen naar een bestaan van succes en voldoening.

    Zelfs als het gaat om de godsdienst, zag Luther, weet een mens die nog ten eigen bate uit te buiten. Geen kwaad woord over Gods wet als richtsnoer. Het is dé weg ten leven, alleen niet in handen van mensen, die aan de liefde voorbij streven in hun wens de grootste, de beste, de vroomste te zijn. Godsdienst om jezelf op een voetstuk te kunen zetten en te kunnen gloriëren; geloven om er beter van te worden en er voordeel van te hebben.
    Had Mozes dát kunnen voorzien, toen hij de beide stenen tafels de berg afdroeg? Paulus heeft het beleefd en Luther heeft het niet alleen bij anderen waargenomen, maar ook bij zichzelf. En daarom schrijft Paulus: zijn allen verstoken van Gods heerlijkheid en is al het leven gedoemd tot zinloosheid en grauwheid.

    "Maar nu".
    Ook dat komt uit Paulus' pen. Niet meer dan twee woorden, kort en van één lettergreep. Maar zij geven wel een keerpunt in de tijd aan. Een ommekeer in het leven van Paulus, in dat van Luther en in dat van zoveel andere mensen. Hoe waar het ook is, dat er weinig goeds is te zeggen van een mens, zolang je hem ziet in zijn eigen perspectief, zo waar is het ook, dat daarmee niet het laatste woord is gezegd. God laat ons niet verloren gaan. Hij weet, dat wij op eigen kracht niet terecht komen en grijpt in: "Maar nu". Dat was geen idee, dat bij Paulus zomaar opkwam. Het is niet eens een leerstuk, dat hij in ijverige studie heeft ontwikkeld. Evenmin een wensdroom, hoe begrijpelijk die ook zou zijn. Gods reddende daad is voor hem een persoon: Jezus van Nazareth.

    Ik laat buiten beschouwing de beladen woorden, waarmee Paulus die reddingsactie beschrijft. De meeste ervan spelen niet meer zo in onze belevingswereld. Wat weten wij nog van een offercultus in de tempel van Jeruzalem? Misschien is het woord "vrijspraak" voor ons nog het meest toegankelijk. Hoewel het de vraag is, of dat woord de lading helemaal dekt. Vrijspraak doet immers denken aan onschuld of schuld, die niet kon worden aangetoond. In Gods vrijspraak gaat het om aantoonbare, menselijke schuld. Het zijn mensenhanden, die het beste wat de aarde ooit heeft voortgebracht, hebben gedood, nog altijd negéren en dat zullen blijven doen. Die schuld - zo zonneklaar in alle gruwelijkheden die mensen elkaar nog altijd kunnen aandoen - die schuld wordt niet toegerekend. Tegen alle regels van de logica in wordt die niet toegerekend, maar op Pasen omgezet in nieuwe levenskansen voor ons allemaal.

    Zijn wij niet het verloren schaap uit de parabel van de herder op zoek naar het ene verdwaalde dier, om het terecht te kunnen brengen? Is dit niet een omschrijving voor het enigszins moeilijke woord "rechtvaardiging": een mens die aan het dwalen is, ver van de bronnen van leven en geluk, daar wordt gevonden en terecht gebracht? Zozeer, vertelt het Evangelie, hunkert God naar ons, dat zijn heerlijkheid ook onze glorie mag zijn en zichtbaar mag worden in levenszin, levensmoed en levenslust. "Maar nu"; het is het verhaal van Jezus van Nazareth, die zijn leven in dienst stelde van onze rehabilitatie als kind van God.

    Het werd in het begin van de 16:e eeuw dé ontdekking voor Luther. God in zijn gerechtigheid maakt mensen recht, wier levens krom waren. Dat heeft zijn theologisch denken en niet minder zijn leven beslissend veranderd. Hij kon niet nalaten over die ontdekking in juichende termen te schrijven. Wel een verschil met ons, die vaak zo onnadenkend praten over God als de God, die liefde is, dat je een 16:e eeuwse monnik en zijn gejuich nodig hebt om te zien, dat je met die rechtvaardiging van de zondaar, goud in handen hebt. Alleen al daarom is het goed, de kerkhervorming te herdenken, en het kernstuk van het Evangelie opnieuw te ontvangen.

    Men heeft niet nagelaten, Luther te verwijten, dat je met zijn ideeën luie christenen kweekt. Een bezwaar dat ook Paulus in zijn tijd te horen heeft gekregen. Jammer, want noch de één noch de ander wordt daarin recht gedaan. Geloof en goede werken zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden, als een twee-eenheid. Want geloof dat niet in aktie komt, verliest zich in mooi-praterij. En aktie zonder geloof als dragende factor is een lege huls. De vraag kan alleen zijn, hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Op dat punt laat Luther geen onduidelijkheid bestaan. In zijn denken komt eerst het geloof en - als het goed is - in het gevolg daarvan, onze gelovige daden. Maar die maken ons niet tot christen, tot mensen van de bevrijding. Dat doet het geloof en je moet die volgorde niet omdraaien.

    Dat geloof is nog altijd, met dank aan Paulus en de kerkhervormers, vol vertrouwen overgave aan God. Zelfs onze beste daden kunnen daarvoor niet in de plaats komen. Kort en goed: een mens leeft door het geloof, dat God "ja" tegen ons zegt. Hoe onbegrijpelijk en onnaspeurbaar het ook mag zijn, dat God met falende mensen wil omgaan in genade. En dat "ja" van God kan ons ertoe brengen "ja" te zeggen tegen God en zijn weg te gaan: de weg naar mensen, die ons nodig hebben. Amen.

    naar:  boven  of naar:   Home
     
    Webmaster Ed Donga